De essentie van riesling in de Rheingau en de Mittelrhein

Wijnliefhebbers en geoefende proevers zijn het er vrij unaniem over eens: riesling is de fijnste, meest subtiele maar meteen ook de ‘moeilijkste’ witte druif op deze planeet. Het zou oorspronkelijk een afstammeling zijn van de Heunisch-druif en een Traminer variant. Duitsland en de Elzas zijn de twee Europese vertegenwoordigers met uitstekende condities om de druif optimaal te laten rijpen. Deze druif is pas laat rijp, eind september of begin oktober is geen uitzondering. Een goudgele kleur en soms kleine spikkeltjes op de schil. Met riesling kan je droge en elegante wijnen vinifiëren. Maar ook met zoete wijnen staat riesling bovenaan. Met geen enkele andere witte druif kan je zowel in droge versies als in zoete, een topwijn produceren.

De druivenstokken staan in onze twee regio’s (Mittelrhein en Rheingau) dikwijls tegen steile hellingen aangeplant. Hier vinden we de hoge kwaliteitswijnen (Duits: Spitzenweinen). Het is fascinerend om te ontdekken hoe een verschillende bodemstructuur deze druif op verschillende manier laat ontplooien. Leisteen, kalk, krijt, klei, leem……. Hier begint de complexiteit. Het maakt de druif daarom zo boeiend maar vraagt van de proever concentratie en training.

Riesling weerspiegelt dus duidelijk het terroir waar hij verbouwd wordt. Leisteen bodem levert heel strakke, mineralige wijnen, andere bodems (leem, klei-kalk) geven eerder volle, florale toetsen. Kenmerkende aroma’s zijn perziken en appel, citrusfruit, citroen, limoen, pompelmoes, passievrucht, citronella, munt, muskaat, kamperfoelie, brem, linde. Rijpere rieslings geuren naar honing.

En wat met die (typische ?) petroleum impressie ? Dit onderwerp alleen kan het thema zijn van een volledig artikel. In Tong-magazine (spring 2011) wordt op hoog niveau de analyse gemaakt. Wij stelden de vraag aan onze wijnbouwers ter plaatse. Hun conclusie is vrij unaniem: er is geen probleem met die olie-achtige toets (diesel, pétrolé) indien dit aroma slechts een fractie uitmaakt van het geurpallet. Een heel lichte pétrolé-toets is ok. Noem het dus geen fout, maar is ze té present bij jonge wijnen dan klopt het plaatje niet meer. Grote riesling hoeven dus niet noodzakelijk dit petroleum-kenmerk te hebben.

De riesling heeft kleine druifjes met vrij dikke schil in de vorm van compacte trossen met een korte steel, groen tot goud gekleurd. Riesling biedt bijzonder goed weerstand aan extreem lage temperaturen, en hij houdt van een koelere zone waar het langzaam rijpen het aromatische karakter benadrukt. Vergisten en rijpen in roestvrije tanks laat Riesling zijn fris en fruitig karakter behouden. Helder fruit en loep zuivere wijnen zijn het resultaat. Riesling is een druif voor een monocépage wijn. Hout is zinloos. Geen enkele andere druif laat het spel zoet-zuur zo mooi tot uiting komen.

Duitsland biedt uitmuntende voorwaarden voor onze druif. We zijn er ons van bewust dat ook in de Moesel, Nahe , Rheinhessen, etc…. evenzeer fijne expressies te vinden zijn. We concentreren ons op de droge rieslings (trocken) en verder op de twee meest noordelijke Anbaugebiete: Mittelrhein en Rheingau…….

 

© 2011, Erwin Devriendt. All rights reserved. On republishing this article you must provide a link to the original article on www.closdesfreres.be.